FB 2026
FB 2026
Vertex is kruin meneer. En hoofd. Kijk maar. Staat in het woordenboek.
Ik doe niet veel. Ik ben met andere dingen bezig dan met school. Maar zo heel af en toe lees ik dan iets waarvan ik denk "Hee, dat kan ik op school wel eens gebruiken." Zo las ik afgelopen week ergens in de Volkskrant een artikel over de gevolgen voor de mensen die ervoor kozen te maken te willen hebben met Jeffrey Epstein, al dan niet nadat hij al veroordeeld was. Enne... voor diens dood natuurlijk.
De ene na de andere notabele blijkt dubieuze contacten met deze nog dubieuzere man onderhouden te hebben. En hoewel over de aard van die contacten schimmig en laconiek wordt gedaan trekt Epstein velen in zijn val mee, zo lijkt het. Het artikel had in de kop een op zich prachtige metafoor. Met op zich bedoel ik dat de connectie bepaald niet fris is, maar dat een classicus altijd blij wordt van een kloppende metafoor in het wild. Er stond Epstein-vortex. Vortex is de archaïsche vorm van het woordje vertex. Een vortex is een maalstroom, een draaikolk waarin alles verdwijnt dat er in terechtkomt. En zo gaat het ook. Iedere connectie van Epstein wordt de peilloze diepten ingezogen (misschien niet het fraaiste woord in deze context) van de maalstroom van misbruik (vergeef me deze alliteratie). Al zullen er best een hoop ontsnappen, vrees ik. Geen haar op mijn vertex die daaraan twijfelt.
Het is voor mij niet helemaal goed in te schatten waar ik, in deze fase van mijn loopbaan, nog verstandig aan doe bij het lesgeven. Moet ik doen wat ik mijn hele lesgevende leven al doe, streng zijn maar consequent? Hup, tafels uit elkaar, overhoring van je woordjes! O nee, dat gaat niet meer. Dat zit niet in het PTA. Dat van die woordjes, niet van die tafels. Briefje laten halen als de bel gegaan is? Lukt ook niet altijd, omdat er niet altijd bij het begin van het lesuur een bel gaat. Moet ik er een leerling nog uitsturen als hij, sorry zij zit te ouwebeppen met de buurvrouw? Dit jaar één keer gedaan, en de lol was er daarna snel af. Dus ja. Doe ik niet nog een keer. Of moet ik op mijn achterste benen gaan staan als iemand per ongeluk "jij" zegt? Tegen mij, bedoel ik hè.
Andere mogelijkheid is, juist nu, mild zijn. Moet ik dat maar doen? Soepel met een correctiemodel omgaan? Alleen maar vermanend het vingertje opsteken als ze stout doen? Hard sissen als het niet snel stil wordt? Begripvol reageren als ze hun boek voor de zoveelste keer vergeten zijn? Haha, ooit had een collega bedacht dat ze niet binnen mochten komen als ze hun boek niet bij zich hadden. Wat gebeurde er? Ze vergaten massaal hun boek en bleven "met toestemming van de docent" weg uit de les. Gymnasiasten, hè.
Populair doen, dat kan ook nog. Dat vinden ze lastig. Maar ze hebben er geen waardering voor, dat weet ik wel. Populair doen kan qua handelen, maar ook qua taal. Nou, populair handelen valt voor mij al snel af. Ik hou niet van galgje doen en een Kahoot doe ik alleen als ik hem kan gebruiken voor de les. Zelfde verhaal met YouTube-filmpjes. Ja, soms schiet ik uit de bocht of heb ik mijn les niet voorbereid. Dán zijn die dingen handig. Populair doen qua taal, tja, dan moet je net bij mij zijn. Ik ben een grote antenne, die alle taaldingetjes automatisch oppikt. En gebruikt ja.
Zo merkte ik onlangs dat ik bij het afwegen van twee meningen over een Latijnse zin mijn beide handen voor mijn borst afwisselend op en neer bewoog. Alsof ik mijn tieten woog zeg maar. Maar ik herinnerde me ook wat nu erg in is en dat gebruikte ik dus: six seven. Nou, ze zaten me toch raar te kijken! Dus ik zeg tegen zo'n jongen "Yo, bro, nooit gehoord deze shit?", schudt ie stomverbaasd van nee.
Als ik moet surveilleren bij een toets, wil ik de kou nog wel eens uit de lucht halen door kalm te melden wat mijn voorwaarden zijn. "Je blaadje ligt al klaar onder de opgaven. Je gaat stil aan het werk. Als je klaar bent leg je je werk op de rechterbovenhoek van je tafeltje, opgaven bovenop. Als je een vraag hebt steek dan je vinger op, bij voorkeur je wijsvinger. En de kans is klein dat ik je dan help, dus je kunt je ook de moeite besparen. En, oh ja, diagonaal kijken levert een verticaal cijfer op." Nou, werkt allemaal erg ontspannend en ze gaan meestal aan de slag.
Dus ja, mild of streng? Ik ga maar gewoon door op de oude weg, denk ik. Leerlingen zouden volkomen van het padje af raken als ik voor de klas een TikTok-dansje zou uitvoeren. En dat wil ik nou ook weer niet. Wat leuk blijft is hun taal. Ik had een heel ander concept in mijn hoofd bij de term "bro". Maar ik werd aangenaam verrast over de levende taal toen ik op de gang het ene meisje tegen het andere hoorde zeggen: Yo bro, gaan we bij jou chillen of bij mij? Hûh? Chillen? Is dat zo hard nodig na een lesje Stoa? Kennelijk.
We zijn zes dagen in 2026 en de wereld is wit. Voor mijn gevoel was het al tientallen jaren geleden dat het zo lang zo veel gesneeuwd had. In de praktijk was het geloof ik vijf jaar geleden. Nou ja.
Ik sjouw elke ochtend braaf op mijn sportschoenen naar school. Daar zit profiel onder, en toch ben ik al een paar keer bijna op de dikke snufferd gegaan. Gadelief herinnerde me aan de snowboots die ik gekocht had voor onze reis naar Zweden. Die is al een tijdje geleden, die reis. Ik weet nog waarvoor we indertijd naar Zweden gingen. Dochterlief studeerde daar. Ik zal een korte samenvatting geven van die reis voor ik verder ga met die snowboots. Echt kort wordt ie, hoor!
We hadden een heel lange heenreis met veel vertraging waardoor we begin van de nacht in Stockholm aankwamen en onze trein naar Östersund bleken te hebben gemist. Na veel blauwbekken op straat en in een stationshal vertrokken we de volgende ochtend toch naar Östersund. Daar hebben we echt kilo's aardappelbolletjes gegeten, waarvan wij dachten dat het Köttbullar waren. Geen idee. Verdrongen, denk ik. In de kou hebben we een aantal dagen heel gezellig dingen samen gedaan. Zo kan ik me nog een bezoek aan een Moose farm herinneren en dat er op enig moment in de maagdelijk witte sneeuw met urine namen gepiest waren. Wie dat waren, ook dat heb ik verdrongen.
De terugweg ging retesnel en dan ben ik eindelijk weer bij die snowboots. Die lagen boven in het museum onder het logeerbed en ik heb ze vanochtend maar weer eens aangetrokken. Sportschoenen in de rugzak mee naar school en ergens uit te dampen/ruften gelegd. Resultaat? Geen enkele keer uitgegleden! Die houden we erin, die snowboots. Oké, het duurt even voor ik ze aan had, en ook voor ik ze uit had, maar het was de moeite meer dan waard.
Hûh? Een aanval van brillantine, monsieur l'hone? Van brille misschien. Nee, het zit zo. Met die sneeuw om mij heen krijg ik wel eens parelwitte ideeën in plaats van zwartgallige.
Hoe dan ook, deze vakantie zal morgen verleden tijd zijn. De periode waarin ik geacht word niks te doen is dan voorbij. Het woord vakantie kun je etymologisch linea recta terugvoeren op het Latijnse werkwoord voor vrij zijn, onbezet zijn, vacare. Niet te verwarren met vacca, want dat betekent koe. Voor wie al die moeilijke woorden niet zo nodig hoeven verwijs ik naar betrekkelijk gewone Latijnse woorden in de Nederlandse taal. In dit geval naar het woord voor leegte, vacuum. In het Nederlands vaak gespeld met een trema: vacuüm.
Een wátte? Een trema? Een deelteken? Puntjes op een letter dan? Aha, een Umlaut? Nee, een Umlaut is typisch Duits, werd heel vroeger, maar nu al lang niet meer genoteerd als twee korte streepjes boven een klinker, komt alleen voor bij de ä, de ö en de ü en heeft niks te maken met het gedeeld, in tweeën, uitspreken van twee klinkers naast elkaar. Een trema, da's om te voorkomen dat er een tweeklank ontstaat, een diftong. Ik wil graag dat geüpload uitgesproken wordt als ge-up-loot, en niet als geuploot. Dan kan ik de oorsprong van het werkwoord namelijk niet meer achterhalen.
Een Umlaut kan voorkomen op éénlettergrepige woorden zoals föhn, terwijl een trema juist alleen voorkomt bij meerlettergrepige woorden zoals "tweeën". Wat weer niet wil zeggen dat een Umlaut niet op meerlettergrepige woorden kan voorkomen. In het langste Duitse woord van nu, Rinderkennzeichnungsfleischetikettierungsüberwachungsaufgabenübertragungsgesetz (waarvan ik de betekenis maar niet zal proberen te geven), komt ook twee keer een Umlaut voor.
Ach, taal is zo leuk. Je zou bijna vergeten dat het vakantie is. Eh, was.
Ik buik uit, dat is wat ik doe. Ausbauchen, al realiseer ik mij dat dit pseudo-Duits niet echt past in het leerproces dat we dagelijks met onze leerlingen doormaken. Ik beantwoord appjes van mensen die mij nieuwjaarswensen gestuurd hebben. Ik kijk terug op een 2025, waarin leuke dingen gebeurden en ook minder leuke dingen. En dan bedoel ik zowel privé als sociaal als politiek als geopolitiek. Ik hoop maar op het goede in mensen, al is dat bij te veel bepalende lieden slecht te zien of eigenlijk vrijwel onzichtbaar.
Ik maak plannen voor over een aantal maanden. Dat doe ik vanaf nu wat systematischer, realistischer en gedrevener. Er moet nog wel wat uitgezocht worden zo hier en daar. En nu? Nu drink ik koffie. Gewoon, omdat het kan. Wat verdwaalde oliebollen erbij. Moet lukken.
Aan al mijn volgers: een superfijn 2026 gewenst!