FB 2026
FB 2026
Het loopt tegen Pasen. Dat wil zeggen dat we dus komende donderdag de zogenaamde Witte Donderdag hebben, de dag waarop indertijd het Laatste Avondmaal genuttigd werd.
Niet dat ik enig verband wil suggereren of een grotere broek (of lendedoek, die me wel sexy en reuze aantrekkelijk zou staan natuurlijk) wil aantrekken dan die toch al is, maar ik had gisterenavond mijn laatste mentorpizza. Voor de azijnzeikers: ja, da's een week te vroeg. Nou en? Ik vergelijk dat nu ter plekke met een laatste avondmaal, terwijl de verschillen met het fameuze Laatste Avondmaal gigantisch zijn. Dat weet ik ook wel.
Ten eerste heb ik weliswaar veel voornamen maar Jezus zit er niet bij. Daarnaast had ik veertien disgenoten bij me, onder wie ook nog eens vijf vrouwen, en geen twaalf en hadden die ook nog eens wat modernere namen dan Simon Petrus, Andreas, Jakobus, Johannes, Filippus, Bartholomeüs, Mattheüs, Thomas, Jakobus, Thaddeüs, Simon, en Judas Iskariot. Hoewel, ik had wel een Simon en een Mathias bij me.
Verder stortten ze zich daar in dat zaaltje op de berg Zion hoogstwaarschijnlijk niet als een stelletje uitgehongerde wolven op pizza's quattro stagioni, tonno of margerita dan wel pasta pesto met gezonde zooi erin. Laat staan dat ze dat allemaal wegspoelden met cassis, cola of ice tea. Nee, er zijn redelijk fundamentele verschillen. Ik weet bijvoorbeeld ook niet of de organisator van het etentje toen ook achteraf de rekening betaalde. Laat ik het zo zeggen, dat hij weliswaar uiteindelijk per saldo de rekening gepresenteerd kreeg en - ach arme - betaalde, maar dat ik dat gewoon met een pinpasje gedaan heb en niet met de armen uit elkaar aan een houten kruis. De rekening was ook weer niet zo hoog dat men mij zou kunnen verwijten een gat in mijn hand te hebben. Dat was ook al een verschil.
Een heel belangrijk ander verschil was dat het onwijs gezellig was gisterenavond bij mijn grote (nou ja, grote...) vrienden van Portobello. Terwijl ik begrepen heb dat er indertijd tussen voorgerecht en hoofdgerecht nog wel eens een onvertogen woord gevallen is. En zeker in de nacht daarna. Die van mij zijn gewoon een drankje gaan doen in de stad, een écht drankje. Dat kon Jezus niet zeggen. Het Laatste Avondmaal was afgelopen en Judas zag zijn kans schoon zijn meester erbij te naaien. En - oké ik klop het nog even af - ik ben niet afgelopen nacht door één van mijn lieve mentorleerlingen verraden. Even afgezien van het feit dat ik niet zou weten om welke reden iemand mij dan zou verraden. Ja, een onvoldoende voor de laatste toetsen. Maar dan is zo iemand vrij snel te achterhalen, omdat ik bij de correctie en de waardering van de laatste toetsen wel heel erg aardig ben geweest. Maar dat terzijde.
Eén van de acne (dat krijg je ervan als je AI vraagt om een ander woord voor meeëters) kwam me namens de anderen zelfs nog een lief briefje overhandigen met een tekst die ze zelf bedacht hadden. Ik bedoel natuurlijk een briefje met een lieve tekst. Een stijlfiguur als enallage vergeet ik nooit). Dus juist geen verraad, wel een lieve attentie! En bidden voor het eten, dat hebben wij gisterenavond ook al niet gedaan. Sorry!
Als ik het zo allemaal eens optel, dan moet het gewoon toeval zijn geweest dat ik een donderdag uitkoos, precies een week voor de Witte Donderdag om mijn afscheidspizza aan mijn mentorleerlingen aan te bieden. Ik ga die donderdag, een week vóór Witte Donderdag volgend jaar, omdopen in Mentorpizza Donderdag. Wie weet geef ik wel het goede voorbeeld!
Afgezien van de lekkere alliteratie waren het 3e en 4e uur vandaag om een andere reden memorabel. Het herinneren waard, zeg maar.
Het waren mijn laatste officiële reguliere toetsbesprekingen, in het examenjaar dan. Ja, ja, waar ik al een herdenking aan wil wijden, niet dan? Maar het was wel zo. Hierna bespreek ik nog wat de inhalende leerlingen nog niet helemaal goed hebben gedaan en er staat nog een herkansing op het programma. En dan nog een examen. Klopt, maar dat hoef je niet met de leerlingen te bespreken. Dus ja, weer iets dat niet meer terugkomt. Ben ik verdrietig? Nou nee, niet echt. Beetje melancholisch? Nee, over een tijdje misschien wel nostalgisch. Dat zou me niet verbazen.
Vanochtend dacht ik maar eens wat nuttige dingen te gaan doen op school. Normaal gesproken heb ik de eerste drie uren op maandag geen les en blijf ik thuis. Nu lagen er nog wat kleine klusjes op me te wachten. Meestal loop ik door de zij-ingang aan de kant van de brandweerkazerne naar binnen. Dan zeg ik Raymond even gedag en andere mensen die ik tegenkom. Brabo, hè? Dat leer ik niet zo snel af. Nu was ik onderweg een collega tegengekomen die me een bijzonder nieuwtje vertelde. En dus liep ik met hem via de andere zij-ingang het gebouw in. Die nam hij altijd. Bij de deur komen we een andere collega tegen die aangeeft dat er een café georganiseerd is. Huh? Nu al bier? Het is station Keulen niet! Nee, een onderwijscafé, bedoelde zij. En toen schoot het mij ineens te binnen. Daar had ik iets over gelezen. Mijn onderbewuste geweten had mij dus naar school gebracht, niet een paar snelle klussen. En of het zo moest zijn, ik liep werktuiglijk de gang in, zo langs lokaal 004. Het lokaal van het onderwijscafé. De koffie stond klaar en de koeken ook. O nee, je gaat het pas missen als je het niet hebt.
Klusjes te doen, maar ook een schoolactiviteit. Tja, wat doe je dan? Meestal zeg ik tegen leerlingen als die me in de drukste periode van het schooljaar vragen om iets te doen dat niet zo veel met school te maken heeft: ja hoor, ik heb toch niets te doen. Wink wink, nudge nudge zeggen de Engelsen dan.
Dus ik grijp mijn surface en ga achterin lokaal 004 zitten. Luisteren naar wat de presentator van het "onderwijsbier" te bieden heeft over het fenomeen verwachtingen van docenten, die van immens belang zijn voor hun leerlingen. Heel veel, echt heel veel. Redwane Bouttaouane is een uiterst kundig, belezen en amuserend (ik houd het meestal bij drie bijvoeglijke naamwoorden; ik kan er bij hem nog wel drie of vier aan toevoegen. Maar dat zal ik nu niet doen: je weet nooit wie dit blogje leest) verteller. Zoals ik achteraf tegen hem zei, toen ik hem bedankte, had ik anderhalf uur met veel interesse naar hem geluisterd. Ademloos was het woord dat ik gebruikte. Bepaald geen verspilde ochtend. Een link naar Redwane's boek over dit onderwerp vind je onderaan*.
Zo zie je de twee uitersten waartussen ik me af en toe bevind of bewust positioneer. Afbouwen en alle extra activiteiten aan me voorbij laten gaan aan de ene kant. En aan de andere kant het besef dat onderwijsontwikkelingen niet stil staan en nog genoeg "voer" bieden voor iemand als ik. In de nadagen van mijn carrière.
Morgen dan weer een andere activiteit, die ik voor de laatste keer doe in mijn bestaan als leraar. De Kleine Avond. Ik ben elk jaar weer benieuwd wat er op de planken gebracht wordt in Kunstmin en dit jaar dus ook. Het zal vast goed zijn, en die verwachting spreek ik ook uit. Twee vliegen in één klap.
Vol respect denkt hij terug aan zichzelf. Hij is de onbetwiste pionier en steekt graag en met een plan een rivier als de Rubicon over. Altijd nog beter dan iemand die zonder enig plan een oceaan oversteekt om een regime te verwijderen. Hij? Hij is zelf het regime. Althans, als het aan hem ligt. Dictator in zijn tijd, dat mocht formeel een half jaar duren. Maar ook hij nam al een loopje met de wetten.
Kalend, strategisch goed opererend, maar wel problemen met het veroveren van een heel klein Gallisch dorpje. En met zijn gok. Sorry, hij bedoelt zijn gokverslaving. De dobbelstenen laat hij rollen zo vaak hij kan. En elke keer als de alea iacta est neemt hij zich voor te stoppen. Iemand anders doet dat niet voor hem.
Vandaag de Iden van maart. Hij heeft slecht geslapen. Zijn vrouw heeft hem de laatste tijd lastiggevallen met allerlei kwaadaardige voorspellingen. Hij heeft een senaatsvergadering vandaag. Hoppa bitch, op pad. Lunchpakket mee. Het regent, hij heeft zich degelijk gekleed, want half maart kan het nog wel eens frisjes zijn. In alle rust betreedt hij de zaal. Er hangt een vreemd soort spanning. Iemand geeft hem een briefje mee. Hij kijkt er niet naar. De vergadering staat op het punt van beginnen. En dan komt iemand op hem af. Hij kijkt eens goed en bespeurt een merkwaardig soort spanning op het gezicht. En dan gaat het snel. De eerste messteek raakt hem, snel volgen er andere. Hij zijgt ineen, zich overgevend aan het fatum. Zijn val laat zijn kleding omhoog krullen en niemand mag merken dat hij niets aan heeft onder zijn toga. Hij trekt het kledingstuk omlaag, bedekt zich. Het is snel afgelopen.
De kortste senaatsvergadering ooit voor Gaius Julius Caesar, die 15e maart in 44 voor Christus.
Alleen dat van Christus wisten ze toen nog niet. In het 710e jaar Ab Urbe Condita, vanaf de stichting van de stad. Stad? Rome natuurlijk. Toch door iemand gestopt dus, Caesar.
Surveilleren is zwaar, heel zwaar
Deze week zijn onze zesdeklassers bezig met hun laatste toetsweek. Nog even zetten ze alles op alles om een zo goed mogelijk uitgangspunt te creëren voor hun examens in mei. Vrijdag was het wiskunde en daar hoefde ik niet voor naar school te komen. Vrijdag is mijn vrije dag. Haha. Gisteren mocht ik wel opdraven om met mijn strenge blik leerlingen ervan te weerhouden alternatieve hulpbronnen in te zetten. Het was economie. Maar liefst vier leerlingen meldden zich op tijd in lokaal 112. Twee mochten de toets op een laptop maken, twee schreven gewoon. Alles ging goed althans vanuit mijn perspectief. Of die toets ook goed ging, dat weet ik natuurlijk niet. Economie is, net als wiskunde, duursporten, vasten niet mijn sterkste kant.
Was het gisteren eco, vandaag is het beco. Dat staat voor bedrijfseconomie. Ik heb welgeteld één leerling, op wie ik moet passen. Aardige knul, al meer dan zes jaar leerling van de school en licht chaotisch. En hij schijnt een prima badmeester te zijn in het zwembad in Sliedrecht, waar wij in vakanties altijd met Benjamin en Linnéa gaan zwemmen. Dat heb ik uit betrouwbare bron.
Ik heb voor mezelf thee gehaald en ik besloot ook hem te vragen of hij een bekertje thee wilde. "Wat aardig, meneer! Mag dat echt? Mmmm, zou wel lekker zijn!" Jee, alsof ik hem warme chocolademelk met slagroom plus een grote appelpunt aanbood! "Mag ik ook koffie misschien?" Ja, hoor. Jij wel. Als je de volgende keer in het zwembad niks zegt over mijn zwembroek, ja?
Hij doet het vast goed, die toets beco. Beter zelfs, door die koffie. Heb ik toch een klein soort weldaad verricht. Vrijdag is de toets, sorry zijn de toetsen Latijn. Het zijn er twee. Zeventig leerlingen, twee toetsen ieder, dat wordt een iets minder rustig weekend dan het afgelopen weekend. Komt goed. Koffie drinken en rode pennen kopen.
Vertex is kruin meneer. En hoofd. Kijk maar. Staat in het woordenboek.
Ik doe niet veel. Ik ben met andere dingen bezig dan met school. Maar zo heel af en toe lees ik dan iets waarvan ik denk "Hee, dat kan ik op school wel eens gebruiken." Zo las ik afgelopen week ergens in de Volkskrant een artikel over de gevolgen voor de mensen die ervoor kozen te maken te willen hebben met Jeffrey Epstein, al dan niet nadat hij al veroordeeld was. Enne... voor diens dood natuurlijk.
De ene na de andere notabele blijkt dubieuze contacten met deze nog dubieuzere man onderhouden te hebben. En hoewel over de aard van die contacten schimmig en laconiek wordt gedaan trekt Epstein velen in zijn val mee, zo lijkt het. Het artikel had in de kop een op zich prachtige metafoor. Met op zich bedoel ik dat de connectie bepaald niet fris is, maar dat een classicus altijd blij wordt van een kloppende metafoor in het wild. Er stond Epstein-vortex. Vortex is de archaïsche vorm van het woordje vertex. Een vortex is een maalstroom, een draaikolk waarin alles verdwijnt dat er in terechtkomt. En zo gaat het ook. Iedere connectie van Epstein wordt de peilloze diepten ingezogen (misschien niet het fraaiste woord in deze context) van de maalstroom van misbruik (vergeef me deze alliteratie). Al zullen er best een hoop ontsnappen, vrees ik. Geen haar op mijn vertex die daaraan twijfelt.
Het is voor mij niet helemaal goed in te schatten waar ik, in deze fase van mijn loopbaan, nog verstandig aan doe bij het lesgeven. Moet ik doen wat ik mijn hele lesgevende leven al doe, streng zijn maar consequent? Hup, tafels uit elkaar, overhoring van je woordjes! O nee, dat gaat niet meer. Dat zit niet in het PTA. Dat van die woordjes, niet van die tafels. Briefje laten halen als de bel gegaan is? Lukt ook niet altijd, omdat er niet altijd bij het begin van het lesuur een bel gaat. Moet ik er een leerling nog uitsturen als hij, sorry zij zit te ouwebeppen met de buurvrouw? Dit jaar één keer gedaan, en de lol was er daarna snel af. Dus ja. Doe ik niet nog een keer. Of moet ik op mijn achterste benen gaan staan als iemand per ongeluk "jij" zegt? Tegen mij, bedoel ik hè.
Andere mogelijkheid is, juist nu, mild zijn. Moet ik dat maar doen? Soepel met een correctiemodel omgaan? Alleen maar vermanend het vingertje opsteken als ze stout doen? Hard sissen als het niet snel stil wordt? Begripvol reageren als ze hun boek voor de zoveelste keer vergeten zijn? Haha, ooit had een collega bedacht dat ze niet binnen mochten komen als ze hun boek niet bij zich hadden. Wat gebeurde er? Ze vergaten massaal hun boek en bleven "met toestemming van de docent" weg uit de les. Gymnasiasten, hè.
Populair doen, dat kan ook nog. Dat vinden ze lastig. Maar ze hebben er geen waardering voor, dat weet ik wel. Populair doen kan qua handelen, maar ook qua taal. Nou, populair handelen valt voor mij al snel af. Ik hou niet van galgje doen en een Kahoot doe ik alleen als ik hem kan gebruiken voor de les. Zelfde verhaal met YouTube-filmpjes. Ja, soms schiet ik uit de bocht of heb ik mijn les niet voorbereid. Dán zijn die dingen handig. Populair doen qua taal, tja, dan moet je net bij mij zijn. Ik ben een grote antenne, die alle taaldingetjes automatisch oppikt. En gebruikt ja.
Zo merkte ik onlangs dat ik bij het afwegen van twee meningen over een Latijnse zin mijn beide handen voor mijn borst afwisselend op en neer bewoog. Alsof ik mijn tieten woog zeg maar. Maar ik herinnerde me ook wat nu erg in is en dat gebruikte ik dus: six seven. Nou, ze zaten me toch raar te kijken! Dus ik zeg tegen zo'n jongen "Yo, bro, nooit gehoord deze shit?", schudt ie stomverbaasd van nee.
Als ik moet surveilleren bij een toets, wil ik de kou nog wel eens uit de lucht halen door kalm te melden wat mijn voorwaarden zijn. "Je blaadje ligt al klaar onder de opgaven. Je gaat stil aan het werk. Als je klaar bent leg je je werk op de rechterbovenhoek van je tafeltje, opgaven bovenop. Als je een vraag hebt steek dan je vinger op, bij voorkeur je wijsvinger. En de kans is klein dat ik je dan help, dus je kunt je ook de moeite besparen. En, oh ja, diagonaal kijken levert een verticaal cijfer op." Nou, werkt allemaal erg ontspannend en ze gaan meestal aan de slag.
Dus ja, mild of streng? Ik ga maar gewoon door op de oude weg, denk ik. Leerlingen zouden volkomen van het padje af raken als ik voor de klas een TikTok-dansje zou uitvoeren. En dat wil ik nou ook weer niet. Wat leuk blijft is hun taal. Ik had een heel ander concept in mijn hoofd bij de term "bro". Maar ik werd aangenaam verrast over de levende taal toen ik op de gang het ene meisje tegen het andere hoorde zeggen: Yo bro, gaan we bij jou chillen of bij mij? Hûh? Chillen? Is dat zo hard nodig na een lesje Stoa? Kennelijk.
We zijn zes dagen in 2026 en de wereld is wit. Voor mijn gevoel was het al tientallen jaren geleden dat het zo lang zo veel gesneeuwd had. In de praktijk was het geloof ik vijf jaar geleden. Nou ja.
Ik sjouw elke ochtend braaf op mijn sportschoenen naar school. Daar zit profiel onder, en toch ben ik al een paar keer bijna op de dikke snufferd gegaan. Gadelief herinnerde me aan de snowboots die ik gekocht had voor onze reis naar Zweden. Die is al een tijdje geleden, die reis. Ik weet nog waarvoor we indertijd naar Zweden gingen. Dochterlief studeerde daar. Ik zal een korte samenvatting geven van die reis voor ik verder ga met die snowboots. Echt kort wordt ie, hoor!
We hadden een heel lange heenreis met veel vertraging waardoor we begin van de nacht in Stockholm aankwamen en onze trein naar Östersund bleken te hebben gemist. Na veel blauwbekken op straat en in een stationshal vertrokken we de volgende ochtend toch naar Östersund. Daar hebben we echt kilo's aardappelbolletjes gegeten, waarvan wij dachten dat het Köttbullar waren. Geen idee. Verdrongen, denk ik. In de kou hebben we een aantal dagen heel gezellig dingen samen gedaan. Zo kan ik me nog een bezoek aan een Moose farm herinneren en dat er op enig moment in de maagdelijk witte sneeuw met urine namen gepiest waren. Wie dat waren, ook dat heb ik verdrongen.
De terugweg ging retesnel en dan ben ik eindelijk weer bij die snowboots. Die lagen boven in het museum onder het logeerbed en ik heb ze vanochtend maar weer eens aangetrokken. Sportschoenen in de rugzak mee naar school en ergens uit te dampen/ruften gelegd. Resultaat? Geen enkele keer uitgegleden! Die houden we erin, die snowboots. Oké, het duurt even voor ik ze aan had, en ook voor ik ze uit had, maar het was de moeite meer dan waard.
Hûh? Een aanval van brillantine, monsieur l'hone? Van brille misschien. Nee, het zit zo. Met die sneeuw om mij heen krijg ik wel eens parelwitte ideeën in plaats van zwartgallige.
Hoe dan ook, deze vakantie zal morgen verleden tijd zijn. De periode waarin ik geacht word niks te doen is dan voorbij. Het woord vakantie kun je etymologisch linea recta terugvoeren op het Latijnse werkwoord voor vrij zijn, onbezet zijn, vacare. Niet te verwarren met vacca, want dat betekent koe. Voor wie al die moeilijke woorden niet zo nodig hoeven verwijs ik naar betrekkelijk gewone Latijnse woorden in de Nederlandse taal. In dit geval naar het woord voor leegte, vacuum. In het Nederlands vaak gespeld met een trema: vacuüm.
Een wátte? Een trema? Een deelteken? Puntjes op een letter dan? Aha, een Umlaut? Nee, een Umlaut is typisch Duits, werd heel vroeger, maar nu al lang niet meer genoteerd als twee korte streepjes boven een klinker, komt alleen voor bij de ä, de ö en de ü en heeft niks te maken met het gedeeld, in tweeën, uitspreken van twee klinkers naast elkaar. Een trema, da's om te voorkomen dat er een tweeklank ontstaat, een diftong. Ik wil graag dat geüpload uitgesproken wordt als ge-up-loot, en niet als geuploot. Dan kan ik de oorsprong van het werkwoord namelijk niet meer achterhalen.
Een Umlaut kan voorkomen op éénlettergrepige woorden zoals föhn, terwijl een trema juist alleen voorkomt bij meerlettergrepige woorden zoals "tweeën". Wat weer niet wil zeggen dat een Umlaut niet op meerlettergrepige woorden kan voorkomen. In het langste Duitse woord van nu, Rinderkennzeichnungsfleischetikettierungsüberwachungsaufgabenübertragungsgesetz (waarvan ik de betekenis maar niet zal proberen te geven), komt ook twee keer een Umlaut voor.
Ach, taal is zo leuk. Je zou bijna vergeten dat het vakantie is. Eh, was.
Ik buik uit, dat is wat ik doe. Ausbauchen, al realiseer ik mij dat dit pseudo-Duits niet echt past in het leerproces dat we dagelijks met onze leerlingen doormaken. Ik beantwoord appjes van mensen die mij nieuwjaarswensen gestuurd hebben. Ik kijk terug op een 2025, waarin leuke dingen gebeurden en ook minder leuke dingen. En dan bedoel ik zowel privé als sociaal als politiek als geopolitiek. Ik hoop maar op het goede in mensen, al is dat bij te veel bepalende lieden slecht te zien of eigenlijk vrijwel onzichtbaar.
Ik maak plannen voor over een aantal maanden. Dat doe ik vanaf nu wat systematischer, realistischer en gedrevener. Er moet nog wel wat uitgezocht worden zo hier en daar. En nu? Nu drink ik koffie. Gewoon, omdat het kan. Wat verdwaalde oliebollen erbij. Moet lukken.
Aan al mijn volgers: een superfijn 2026 gewenst!